Verantwoord zakendoen in ontwikkelingslanden

Verantwoord zakendoen in ontwikkelingslanden

Redactie Baaz
Nederlandse ondernemers die zakendoen in ontwikkelingslanden zien veel winstkansen voor hun bedrijf. Daarnaast willen ze positief bijdragen aan de lokale maatschappij, maar ze vinden het lastig om dat concreet te maken.

Dit blijkt uit gesprekken met bijna 1200 MKB’ers, die MVO Nederland voor het vierde jaar op rij heeft gevoerd. Ongeveer 11 procent van de respondenten doet zaken in ontwikkelingslanden, een deel via een agent of groothandel. Als reden om hier te ondernemen wordt het vaakst ‘winstkansen’ (41 procent) genoemd. 

Twee derde van deze ondernemers zegt dan ook dat ‘uitbreiding van activiteiten’ de belangrijkste reden is om in het land actief te blijven. De meest genoemde belangrijke trend binnen hun eigen branche is ‘de aantrekkende markt’.

Ondernemers die zakendoen in ontwikkelingslanden vertonen relatief veel MVO-gedrag  en zien in maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame productie belangrijke markttrends. Tegelijk heeft een groot deel moeite om MVO concreet te maken. 48 procent stelt nooit eisen aan arbeidsomstandigheden, 63 procent neemt geen milieusparende maatregelen, 31 procent stelt geen MVO-eisen aan zakenrelaties en 60 procent neemt niet deel aan een keteninitiatief of keurmerk.  

Onwetendheid over MVO in ontweikkelingslanden

Er is ook nog veel onwetendheid over MVO. 46 procent van de ondernemers kan geen maatschappelijk thema noemen in het land waarmee ze zakendoen (zoals armoede, corruptie of milieuvervuiling). In 2015 constateerde MVO Nederland al dat een kwart van de internationale ondernemers zichzelf heel duurzaam vindt, maar tegelijk nauwelijks besef heeft van lokale maatschappelijke problemen.
 
'Het is positief dat veel Nederlandse ondernemers ontwikkelingslanden associëren met winstkansen en duurzaam zakendoen, maar we moeten kritisch blijven op het MVO-gehalte van hun bedrijvigheid. Ondernemers hebben vaak meer invloed op hun keten dan ze denken, maar blijkbaar hebben ze daarbij nog hulp nodig', vertelt Marjolein van Gendt, onderzoekscoördinator MVO Nederland.
 
MVO Nederland heeft extra onderzoek laten doen naar MVO-gedrag in zes specifieke branches met internationale ketens: tuinbouw, leer, textiel, chemie, stedelijke ontwikkeling en maritiem. In al deze sectoren is over de laatste jaren een toename van MVO-gedrag te zien. Ondernemers in textiel en leer blijken relatief het minst bezig met MVO, al laten vooral de textielondernemers in 2016 een flinke verbetering zien. Het afsluiten van het Convenant Duurzame Kleding zal hierin een rol spelen. 

Tuinbouw op 1

Ondernemers in de tuinbouw zeiden de afgelopen jaren het vaakst bezig te zijn met MVO (2016: 78 procent). Zij kennen bovendien hun keten bijzonder goed (‘ja’ antwoordt 82 procent in 2016), net als ondernemers in chemie (82 procent). Voor chemiebedrijven geldt dit waarschijnlijk dankzij de strenge Europese wetgeving op het gebied van toegestane chemicaliën in producten (REACH). Ondernemers in beide sectoren zeggen ook het vaakst dat ze ‘energie steken in innovatie.’ 

Ondernemers vinden op mvorisicochecker.nl eenvoudig hun weg door potentiële MVO-risico’s in de ontwikkelingslanden waarmee ze zaken (willen) doen. 

De factsheet van het onderzoek is hier beschikbaar. Het IMVO Thermometeronderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureaus Conclusr en Sustainalize, in opdracht van MVO Nederland.

Redactie Baaz
Door: Redactie Baaz
Redactie

Redactie Baaz

Redactie