Van de werkende jongeren tussen de 16 en 24 jaar gebruikt 85 procent prints of geschreven teksten bij het doorhakken van knopen, tegen 59 procent bij 55-plussers in het arbeidsproces. Waarschijnlijk krijgt papier nog altijd de voorkeur boven het beeldscherm, omdat papier beter leest. Onze hersenen gaan anders om met teksten op papier dan op een scherm, stellen de onderzoekers.