Waarom produceren we nog in Azië?

Waarom produceren we nog in Azië?

Redactie Baaz

Gastauteur: Jeroen Gehlen, co-founder transportmanagementservice Wuunder

Decennialang was het een uitgemaakte zaak: Europese merken fabriceren hun producten in Azië, waarna ze de boel naar Europa vervoeren om het hier te verkopen. Die constructie voelde vanuit klimaat-oogpunt al langer ongemakkelijk. En nu de kosten van internationaal transport de pan uit rijzen, kun je je afvragen of de hele constructie nog wel houdbaar is. Ik denk het niet.

In Azië kun je goedkoop fabriceren. Voor de vervaardiging van een spijkerbroek betaal je hooguit tien euro. Dat soort aantrekkelijke tarieven geldt ook voor andere kleding, huisraad, speelgoed, elektronica en ga zo maar door. Zelfs met de extra kosten voor wereldwijd transport erbij opgeteld wegen de lage kosten niet op tegen produceren in Europa. Tot aan vandaag. Want door corona rijzen de kosten voor zeetransport de pan uit. Je betaalt gemakkelijk zeven keer zoveel als voorheen. Waar een zeecontainer van Shanghai naar Rotterdam voorheen nog zo’n €1.700 kostte, was je in augustus 2021 al €12.000 kwijt. En de prijzen stijgen verder.

Vooral ook gemakkelijk

Naast goedkoop is produceren in Azië vooral ook heel gemakkelijk. Je kunt er zakendoen met slechts één partij die alles voor je organiseert. De inkoop van alle grondstoffen, de benodigde arbeidskrachten, het ontwerp, de vervaardiging, verpakking, het transport: alles wordt verzorgd. Wanneer je de productie elders wilt organiseren, zal je dit allemaal zelf op touw moeten zetten. Iets wat je niet zomaar hebt geregeld.

Productie toch verplaatsen?

Tóch zijn veel merken zich momenteel aan het oriënteren op het verplaatsen van de productie naar Europa. Want naast de toegenomen transportkosten, zijn er nog meer argumenten te noemen, zoals maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid. Om met die laatste te beginnen: de consument is zich al zeer bewust van de klimaat-impact van zijn aankopen. In dat opzicht is het vreemd dat we ervoor kiezen onze producten aan de andere kant van de aardbol te produceren en helemaal naar hier transporteren. En dan zijn er nog die verhalen over sweatshops waar veel te lange werkdagen worden gemaakt, onder onmenselijke omstandigheden. Zulke uitbuiting wil je niet op je geweten hebben. Je merk is in één klap van dit risico af als je de productie verplaatst naar Europa, waar arbeidsomstandigheden bij de wet zijn beschermd.

Minder uitstoot, meer partijen

Haal je de productie hierheen, dan wordt vooral de supply chain complexer. Alles gebeurt op kleinere schaal, zoals de productie van grondstoffen. Daarom kun je het beste samenwerken met meerdere leveranciers en transporteurs, om voldoende materiaal te verkrijgen en om het risico te spreiden. En je moet hun productie goed monitoren, zodat je tijdig kunt inspelen op schommelingen in het aanbod, wat snel tot prijsstijgingen kan leiden. Idealiter zoek je leveranciers dichtbij, zodat de kosten en de CO2-footprint van het transport minimaal blijven. En nog mooier is het als je ook nog eens dichtbij je afnemer zit, zodat je zelfs lokaal kunt uitleveren.

Crux: managen van complexiteit

Vervaardigen van grondstoffen, productiecapaciteit, het is hier allemaal kleinschaliger georganiseerd en meer versnipperd. Je krijgt dus te maken met veel meer partijen, die afhankelijk van elkaar zijn en nauw moeten samenwerken. Die complexiteit managen, dát is de uitdaging van produceren in Europa. Dat is nieuw voor velen, en kan hen mogelijk weerhouden de productie te verplaatsen. Voor hen heb ik goed nieuws, want juist op dit gebied zijn Nederlanders experts. Er is bewezen technologie beschikbaar die je de supply chains helpen managen. Zodat je continu grip hebt en je nooit voor verrassingen komt te staan. Mijn advies: ga eens op onderzoek uit. Je zult verstelt staan van de kant-en-klare mogelijkheden.

Redactie Baaz
Door: Redactie Baaz
Redactie

Redactie Baaz

Redactie