Vibe-coding: waarom ineens iedereen “kan programmeren”
Vastgesneeuwd? Dan kun je nu in no-time een app bouwen

Vibe-coding: waarom ineens iedereen “kan programmeren”

Redactie Baaz

Deze week zit half Nederland weer naar buiten te kijken: sneeuw op de stoep, vertragingen op het spoor, afspraken die verschuiven. En precies op zulke momenten – als je ineens tijd hebt om wat te prutsen – duikt een nieuwe hobby op: vibe-coding, software bouwen met hulp van AI, zonder dat je zelf hoeft te kunnen programmeren. Niet “leren coderen in 30 dagen”, maar gewoon: je hebt een idee, je beschrijft en typt wat je wilt, en er verschijnt een eerste versie die je kunt proberen. Het voelt een beetje als valsspelen, op een goede manier: ineens is “ik zou eigenlijk een tooltje willen” geen project meer, maar kun je het vaak verrassend snel zelf maken.

Dat idee heeft dus een naam: vibe-coding. Het principe is simpel: je beschrijft in gewone taal wat je wilt maken, een AI-tool genereert de code, en jij stuurt bij tot het doet wat je bedoelt – net zolang itereren tot het klopt. Techondernemer en podcastmaker Alexander Klöpping (onder meer bekend van Blendle) gaf daar een lekker concreet voorbeeld van: hij bouwde in vijf minuten een reken-app voor zijn dochter. Zijn samenvatting was even droog als herkenbaar: “Ik typ wat ik wil, de AI flanst het in elkaar.” Waar je vroeger eerst maanden code moest leren – of meteen een developer moest inhuren – kun je nu in minuten een werkend prototype hebben. Het nieuwe gevoel zit ’m in die sprong: van “ik heb een idee” naar “het werkt”, zonder de klassieke tussenstappen.

Afbeelding: illustratie van maker achter bureau met code op schermen en neon gloed

Van prompt naar prototype: jij stuurt op resultaat, de AI regelt de eerste codeversie.

Vibe-coding in 30 seconden

  • Stap 1: je beschrijft wat je wilt (functie + wie het gebruikt).
  • Stap 2: de AI maakt een eerste versie; jij test en zegt wat er beter moet.
  • Stap 3: je herhaalt dat een paar keer tot het “goed genoeg” is – pas dan denk je aan opschalen.

Waarom dit werkt: je hoeft niet eerst “code te kennen”, je moet vooral goed kunnen uitleggen wat je bedoelt.

Wil je van ‘het werkt’ naar ‘het levert iets op’, dan helpt AI voor bedrijven: zo creëer je écht waarde om die stap scherp te maken.

Waar komt de term vibe-coding vandaan?

De term zelf is pas net in omloop. Begin 2025 introduceerde Andrej Karpathy, voormalig AI-directeur bij Tesla en mede-oprichter van OpenAI (het bedrijf achter ChatGPT), ‘vibe-coding’ als manier van software bouwen door vooral met AI te praten in plaats van zelf regels code te schrijven. Zijn boodschap was nuchter én aantrekkelijk: je stuurt op het resultaat, en laat de tool de technische vertaalslag doen – “you give in to the vibes”.

Dat het juist in Nederland zo hard aanslaat, is ook terug te zien in de cijfers. Een analyse van Vibe Coding Academy op basis van zoekgedrag en gebruikscijfers van AI-programmeertools over 2025 laat zien dat de interesse hier 35% hoger ligt dan in Duitsland en bijna twee keer zo hoog als in Frankrijk. In dezelfde analyse is bovendien een opvallende piek te zien vanaf eerste kerstdag.

Die timing is niet heel mysterieus, zegt Albert Barth, oprichter van Vibe Coding Academy: rond kerst hebben mensen eindelijk ruimte om te experimenteren – geen volle agenda’s, geen vergaderblokken, wél tijd om iets te proberen “voor de lol”. En als je dan merkt dat je met één prompt al iets krijgt dat werkt, gaat het snel: even spelen wordt al gauw “nog één verbetering”, en voor je het weet heb je iets dat je morgen echt kunt gebruiken.

Afbeelding: Illustratie van persoon achter computer die met AI stap voor stap een tool bouwt via Vibe-coding

Even prutsen wordt itereren met vibe-coding: één prompt, één test, één verbetering.

Iedereen kan aan de slag met vibe-coding, van makelaar tot student

Dat zie je ook bij mensen die geen technische achtergrond hebben, maar wel concrete irritaties en ideeën. Neem Faisal Manzoor, die een makelaarskantoor runt in Utrecht: hij is geen programmeur, maar heeft wél een lijstje dingen waar hij normaal gesproken een developer voor zou inschakelen – zoals een tool om woningen te vergelijken of een simpel systeem om klantgesprekken te loggen en terug te vinden. Sinds hij vibe-coding gebruikt, bouwt hij dat soort hulpmiddelen zelf. Niet omdat hij ineens developer is geworden – maar omdat de bottleneck is verschoven van “code kunnen” naar “goed kunnen uitleggen wat je wilt”.

Wat mensen nu meteen bouwen (zonder tech-achtergrond)

  • Interne tools: simpele logboeken, checklists, intake-formulieren.
  • Vergelijkers/calculators: prijsvergelijkers, rekenhulpjes, offertes.
  • Content + workflow: automatische samenvatters, e-mailhelpers, mini-CRM’tjes.

Ondernemer en 'indie maker' Pieter Levels (bekend van Nomad List) zette bovendien het tempo er meteen op: hij deelde hoe hij in tien minuten een game in elkaar zette en het resultaat online gooide. En het blijft niet bij solo-makers. Studenten aan de TU Delft bouwden in een week een complete datavisualisatietool – niet door zelf regels code te tikken, maar door steeds preciezer te beschrijven wat ze wilden zien. Het past in een patroon dat je steeds vaker voorbij ziet komen: posts met “ik heb iets gebouwd” die vroeger vooral uit developer-hoeken kwamen, maar nu overal opduiken.

Het merendeel van de vibe-coders heeft geen technische achtergrond

Daar zit ook het grotere verhaal achter: twee op de drie gebruikers van populaire vibe-coding platforms blijkt geen technische achtergrond te hebben. Het zijn ondernemers, ontwerpers en zzp’ers die eerder nooit code schreven, maar wel problemen willen oplossen – van kleine tools tot eerste prototypes. Daardoor verschuift programmeren langzaam van een vak dat je jarenlang moet leren, naar een vaardigheid die je in de praktijk kunt inzetten: helder formuleren, testen, bijsturen.

Dat heeft een interessant gevolg: vibe-coding kan de digitale vaardigheidskloof verkleinen, omdat je voor een eerste prototype niet meer afhankelijk bent van jaren training of directe developer-capaciteit.

Waarom Nederland relatief vooroploopt met vibe-coding

Waarom Nederland relatief vooroploopt? Barth ziet in zijn trainingen vooral géén klassieke developers binnenkomen. “Het zijn ondernemers die een idee hebben. Marketeers die een prototype willen bouwen. Docenten die lesmateriaal willen maken. Mensen die altijd dachten: ik kan niet programmeren.” In de podcast AI Report legt software-ontwikkelaar Wietse Hage dat verschil scherp uit: je krijgt twee groepen. Programmeurs krijgen door AI “een soort supermanpak”, terwijl niet-techneuten ineens toegang krijgen tot iets wat vroeger dicht zat – een democratisering van software. En ja, Nederlanders zijn vaak gewoon pragmatisch: als het werkt, gebruiken we het.

Niet geheel zonder risico's

Toch is er ook een reality check nodig, zonder meteen te doen alsof het allemaal gevaarlijk is. Op LinkedIn waarschuwde Stephan Janssen, innovatiespecialist bij de Nederlandse politie, dat vibe-coding alleen goed werkt als je actief de code leest die de AI uitspuugt. Maar zelfs dan blijft het een gok of het je tijd bespaart, of juist extra werk oplevert, waardoor het alsnog meer tijd en inspanning kost. Barth erkent dat: in het begin liep hij tegen beveiligingslekken aan en kreeg hij code die nét niet deed wat hij dacht. Precies daarom hamert hij op het herkennen van valkuilen – en op het moment waarop je wél een developer nodig hebt: als security en privacy zwaar wegen, als je met gevoelige data werkt, als je iets moet opschalen, of als onderhoud en betrouwbaarheid belangrijker worden dan “snel iets werkends”.

De toekomst van vibe-coding

En ondertussen gaat het gewoon door. De tools worden elke paar maanden beter, waardoor de drempel verder zakt en “even proberen” steeds sneller “iets bouwen” wordt. Barth vat het optimistisch samen: de tijd dat software maken alleen was weggelegd voor mensen met jaren code-ervaring is voorbij. Maar de nieuwe realiteit is net zo helder: iedereen kan bouwen – slim bouwen blijft een skill.

Afbeelding: Illustratie met iconen voor code, idee en lancering

Iedereen kan bouwen — slim gebruiken vraagt om drie checks.

3 checks voordat je iets ‘echt’ gebruikt

  • Welke data gaat erin? Klant-, HR- en contractdata: extra voorzichtig (zeker met cyberdreigingen).
  • Wie onderhoudt dit? Is het over twee weken nog te begrijpen en aan te passen?
  • Waar kan misbruik/lek ontstaan? Denk aan logins, formulieren en koppelingen met andere systemen.
Redactie Baaz
Door: Redactie Baaz
Redactie

Redactie Baaz

Redactie