Persoonlijk welzijn vrijwel gelijk gebleven

Redactie Baaz
Het persoonlijk welzijn van de Nederlandse bevolking is afgelopen jaar nauwelijks veranderd. In 2020 had 66,2 procent van de volwassenen een hoog persoonlijk welzijn. Dat is iets meer dan een jaar eerder; toen was dat 64,7 procent. De tevredenheid met het sociale leven is wel iets afgenomen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS van het onderzoek sociale samenhang en welzijn.

Voor dit onderzoek zijn 7 836 mensen ondervraagd. Het persoonlijk welzijn in 2020 is gebaseerd op een aantal onderliggende aspecten. Deze hebben onder andere betrekking op de tevredenheid met de financiële en werksituatie, gezondheid en sociale relaties, de woonomgeving, en het vertrouwen in de samenleving. Onderzochte personen geven zelf aan hoe zij scoren op deze onderliggende aspecten.

Aantal volwassenen met hoog welzijn nagenoeg onveranderd

Zowel het aandeel met een laag persoonlijk welzijn, als het percentage met een hoog welzijn is nauwelijks veranderd. Van de volwassen bevolking had 2,6 procent in 2020 een laag welzijn, met een rapportcijfer van 1 tot en met 4. Een jaar eerder was dat 2,8 procent. Met een score van 7 tot en met 10 had 66,2 procent van de Nederlandse volwassenen een hoog welzijn. In 2019 was dat 64,7 procent.

Meer mannen dan vrouwen hebben een hoog welzijnsniveau, en in de leeftijd tot 35 jaar is het welzijnsniveau iets hoger dan bij oudere leeftijdsgroepen. Sterker onderscheidend is opleidingsniveau. Van de lager opgeleiden heeft 55,1 procent een hoog welzijn. Dat loopt op tot 65,0 procent bij middelbaar opgeleiden en 76,1 procent bij hoger opgeleiden.

Tevredenheid met financiële situatie licht verbeterd

Bij de onderliggende aspecten van het persoonlijk welzijn is de trend wisselend. Zo is de tevredenheid met de financiële situatie licht verbeterd. Waar in 2019 nog 77,2 procent van de volwassen Nederlanders zijn financiële situatie minstens een 7 als rapportcijfer gaf, is dit een jaar later toegenomen naar 79,5 procent.

De zorgen over de financiële toekomst zijn in beide jaren niet veranderd; een kwart maakt zich daar zorgen over.

Meerderheid tevreden met dagelijkse bezigheden en woonsituatie

Ruim 8 op de 10 volwassenen is tevreden met zijn of haar werk of andere dagelijkse bezigheden. Tevens is er bij meer dan 8 op de 10 tevredenheid over de opleidingskansen die men heeft gehad. Ook bij deze aspecten is geen verschuiving opgetreden.

Tegelijkertijd blijft het woongenot in 2020 hoog; meer dan 85 procent is tevreden met de woonbuurt. Er treden evenmin veranderingen op in de ervaren onveiligheid; 1 op de 10 personen voelt zich wel eens onveilig.

Minder waardering voor sociale leven

Zowel in 2020 als een jaar eerder was bijna 70 procent van de volwassenen tevreden met hun lichamelijke gezondheid. Wel was er een lichte daling in de tevredenheid met de psychische gezondheid, die daalde van 83,1 in 2019 naar 81,7 procent vorig jaar.

Ook is in 2020 de waardering van het sociale leven -zoals relaties en contacten met vrienden, familie of buren- wat minder. Was in 2019 nog 82,9 procent hier tevreden over, een jaar later is dit percentage gedaald naar 80,1.

Meer vertrouwen in instituties

Het vertrouwen in instituties is in 2020 toegenomen. Waar een jaar eerder nog 75,0 procent tamelijk tot veel vertrouwen in de politie had, is dit in een jaar gestegen naar 77,8 procent. Bij rechters is een vergelijkbaar beeld te zien; een stijging van 73,3 naar 77,0 procent.

Een forse stijging geldt voor het vertrouwen in de Tweede Kamer, dat toenam van 39,2 in 2019 naar 52,4 procent een jaar later.

afbeelding van Redactie Baaz

Redactie Baaz | Redactie

Bekijk alle artikelen vanRedactie