Totale arbeidsmobiliteit zakt verder weg
De interne mobiliteit op de Nederlandse arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2026 gedaald naar 9,8%, het laagste percentage in de afgelopen dertien jaar. In ruim een jaar tijd wisselden circa 190.000 minder mensen van functie binnen hun bestaande werkgever. Ook de totale arbeidsmobiliteit – inclusief overstappen naar een andere werkgever – laat een duidelijke neerwaartse trend zien. Het aandeel werkenden dat een nieuwe of andere baan vond, daalde verder naar 18,1%, het laagste niveau in meer dan vier jaar. Zo blijkt uit de kwartaalupdate ‘Arbeidsmarkt in Cijfers’ van arbeidsmarktdata specialist Intelligence Group.
Minder dynamiek op de arbeidsmarkt
De cijfers wijzen op een arbeidsmarkt die aan dynamiek verliest. Zowel interne doorgroei als externe overstappen vinden minder plaats. Volgens Intelligence Group is deze ontwikkeling opvallend, omdat interne mobiliteit normaal gesproken juist stabieler blijft in perioden waarin externe baanwisselingen afnemen. Dat nu beide vormen gelijktijdig dalen, duidt op een bredere terughoudendheid onder zowel werkgevers als werknemers.
“De arbeidsmarkt raakt langzaam op slot. Zowel werkgevers als werknemers zijn voorzichtiger. Minder mensen bewegen en organisaties houden talent vaker op dezelfde plek. Dat komt ook doordat er minder interne kansen zijn door reorganisaties. Dat mensen blijven zitten, zegt daarom weinig over goed personeelsbeleid en meer over onzekerheid — door bijvoorbeeld geopolitiek, energie en een afkoelende arbeidsmarkt. Natuurlijk is behoud van mensen belangrijk, zeker met vergrijzing. Maar dat moet komen door goed werkgeverschap, niet door onzekerheid. Interne mobiliteit is de smeerolie van organisaties. Valt die weg, dan ontstaat stilstand,” zegt Geert-Jan Waasdorp, directeur van Intelligence Group.
Werknemers blijven zitten, maar niet per se uit tevredenheid
Onder de cijfers zit een duidelijke gedragsverschuiving: het aandeel mensen dat helemaal niet op zoek is naar (ander) werk blijft met 44,7% onverminderd hoog. Het gaat om ruim vier miljoen mensen die niet voornemens zijn te bewegen; sinds eind 2024 groeide deze groep met 10%.
Tegelijk blijft de arbeidsmarkt voor wie wél beweegt relatief gunstig. Het aandeel baanvinders dat direct een vast contract kreeg, steeg naar 46,1%. Dat is het hoogste in vijf kwartalen en ruim boven het tienjaarsgemiddelde van 38,8%.
“De krapte is niet weg, maar de beweging wel. Dat is een gevaarlijke combinatie. Beweging is nodig om mensen en organisaties vitaal en competitief te houden. In beweging zit ook de broodnodige reskilling die een organisatie en samenleving nodig heeft” stelt Waasdorp.