'Een gilde is geen club om te netwerken'

'Een gilde is geen club om te netwerken'

Mark
Voor veel mensen zal een gilde een nogal achterhaald concept lijken dat associaties oproept met de middeleeuwse gildes. Niets is minder waar volgens Bernard de Groot, volgens hem heeft het gilde de toekomst.

Allereerst: gildes bestaan nog altijd, alleen in Nederland is het gezel-meestersysteem in onbruik geraakt. ‘In Duitsland bestaat het nog’, vertelt Bernard de Groot enthousiast, ‘de fase van reisgezel is daar bijvoorbeeld nog springlevend.’ Bernard doet in zijn boek Meesterschap in ondernemen de oproep om een nieuw gilde in leven te roepen: het Gilde van Ondernemers. ‘Wat veel mensen zich niet realiseren is dat persoonlijke groei ook zakelijke groei betekent en het systeem van gildes maakte deze persoonlijke groei mogelijk. Het was én is een uitstekend systeem om het beste in mensen naar boven te halen.’

Samen sterker

Bernard krijgt veel positieve reacties op zijn oproep en gaat nu samenwerken met MKB Nederland en VNO NCW om de eerste stappen naar een echt gilde te zetten. ‘Ze hebben het boek gelezen en het idee van een modern gilde sprak ze enorm aan. We gaan samen optrekken, waarbij ik de leiding over de evenementen houd en zij zorgen dat deze aan alle kwaliteitseisen van hun organisaties voldoen.’ Dit begint op kleine schaal met enkele samenkomsten. ‘We willen samen met ondernemers leren en ervaren. Het moet een gilde worden door ondernemers en voor ondernemers.’

Het probleem dat veel jonge en startende ondernemers hebben is dat ze de kennis missen die ervaren ondernemers wel in huis hebben. ‘Vroeger werkte je drie tot vijf jaar intensief met een meester samen, die je alle kneepjes van het vak leerde. Je kon echt zien waarom hij dingen doet zoals hij ze doet en daar van leren. Dat begrip van je vak en die kennis is heel lastig over te brengen zonder dat dit door een persoon wordt gedaan. Je moet toch iemand vragen kunnen stellen. Ik heb het gevoel dat die vraag komt te overlijden.’

Een idee krijgt vorm

Toch is het maar afwachten hoeveel ondernemers tijd en zin hebben om een leerling, of gezel, intensief te begeleiden. ‘Dat is het experiment, is een ondernemersgilde levensvatbaar. Een gilde draait om een stukje rust en aandacht voor je vakgebied. Op die manier kan het ook voor ondernemers werken.’ Vooral de fase van reisgezel is volgens Bernard prima over te nemen en kan jonge ondernemers veel leren. ‘Gezellen gingen in het oude systeem drie jaar en één dag op pad met een knapzak op de rug. Ze lenen een klein bedrag van de meester om deze reis mogelijk te maken en moeten onderweg de kost verdienen door hun ambacht uit te oefenen. Daarvoor mochten ze wel bij alle meesters aankloppen om te werken en te leren, tegen kost en inwoning. Ik denk dat die fase van reisgezel zeker moet terugkomen. Maar dan in een nieuwe jas.’

Hoe het gilde precies vorm moet krijgen staat ook voor Bernard nog niet vast. 'Ondernemersverenigingen zijn vaak horizontaal ingericht, iedereen is er gelijk. Een gilde is verticaal, er is een duidelijk verschil tussen een meester en een gezel. Ondernemers zijn vaak heel solistisch bezig, er moet dus een vertrouwensband tussen de verschillende ondernemers worden opgebouwd. Het beste is om ondernemers en gezellen uit andere branches aan elkaar te koppelen. Dan is ook niemand bang dat er onderlinge concurrentie ontstaat en kan alles veel opener worden besproken. Het draait niet om leads, of stoer doen en het pitchen van je bedrijf. Een gilde moet een heel andere mindset hebben. De inrichting moet ook passen bij het leven van mensen die het heel druk hebben met het runnen van hun bedrijf.’

Bernard rekent zich zeker nog niet rijk. ‘De ratio ondernemers die bereid zijn om op deze manier met elkaar in zee te gaan zou zomaar één op de tien kunnen zijn. De meesten zijn toch heel druk met hun bedrijf en gunnen zich die rust en vooral die kwetsbaarheid niet. Want bij het begeleiden van een gezel komt ook de achterkant van het verhaal ter sprake, de mens achter de ondernemer, zijn drijfveren en hoe hij het dagelijks volhoudt. Als ik die kleine groep weet te bereiken die dat wel aandurft, hebben we het nog altijd over duizend ondernemers. Veel meer moeten het er ook niet worden. Het moet een eer zijn om lid te mogen worden van het gilde, we zijn tenslotte geen club om te netwerken.’

Foto: Molenaar Wouter Pfeiffer door Bram Petraeus