6 procent vrijgekomen corporatiewoningen in 2021 naar statushouders

6 procent vrijgekomen corporatiewoningen in 2021 naar statushouders

Redactie Baaz

In 2021 werd 6 procent van alle vrijgekomen corporatiewoningen toegewezen aan huishoudens met statushouders. Deze huishoudens lieten minder vaak een vrije woning achter dan huishoudens zonder statushouders. Van alle huishoudens die verhuisden naar een corporatiewoning en geen vrije woning achterlieten, was 10 procent een huishouden met statushouders. Dit meldt het CBS op basis van een nieuwe analyse.

Van de vrijgekomen corporatiewoningen werd 3 procent (bijna 5 duizend woningen) toegewezen aan statushouders die ofwel in 2021 een verblijfsvergunning kregen, ofwel met een eerder verkregen verblijfsvergunning aan het begin van dat jaar in een opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) woonden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de eerste huisvesting van statushouders. Daarnaast werd 3 procent van de corporatiewoningen toegewezen aan statushouders die al langer dan een jaar een verblijfsvergunning hadden en niet meer in een COA-opvanglocatie woonden.

Statushouders verhuisden vaker met kinderen

Bij huishoudens met statushouders die naar een corporatiewoning verhuisden, ging het vaker om gezinnen met kinderen dan bij huishoudens zonder statushouders (respectievelijk 32 en 7 procent). Huishoudens zonder statushouder die verhuisden naar een corporatiewoning, waren juist vaker eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen of stellen zonader kinderen.

Van de gezinnen met kinderen die naar een corporatiewoning verhuisden, was 21 procent een gezin met een statushouder. Hierbij kwam meer dan twee derde uit een COA-locatie of had minder dan een jaar geleden een verblijfsstatus gekregen. Van de eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen die naar een corporatiewoning verhuisden, was minder dan 5 procent (ruim 5 duizend eenpersoonshuishoudens en ruim duizend eenoudergezinnen) een huishouden met een statushouder. Bij stellen zonder kinderen die naar corporatiewoningen verhuisden, was dit 3 procent (700).

Statushouders laten minder vaak vrije woning achter

Bijna een kwart van de huishoudens met statushouders liet bij hun verhuizing naar een corporatiewoning een vrije huur- of koopwoning achter. Huishoudens zonder statushouders deden dat met 55 procent ruim twee keer zo vaak.

Iets meer dan de helft van de huishoudens met statushouders was starter op de woningmarkt (bijna 6 duizend huishoudens), 21 procent verhuisde vanuit een andere woning zonder dat deze beschikbaar kwam (ruim 2 duizend huishoudens). Dat was vaak omdat er nog andere bewoners achterbleven.

Van de gezinnen van statushouders met kinderen liet 31 procent een vrije woning achter, terwijl dat bij gezinnen zonder statushouders 83 procent was. Bij eenpersoonshuishoudens lieten niet-statushouders ongeveer drie keer zo vaak een vrije woning achter als statushouders.

Van alle 80 duizend huishoudens die verhuisden naar een corporatiewoning en geen vrije woning achterlieten, was bijna 10 procent een huishouden met statushouders.

Regionale verschillen

Het aandeel corporatiewoningen dat in 2021 werd toegewezen aan huishoudens met statushouders verschilde per regio. In de regio’s Alkmaar en omgeving, Midden-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen kreeg een relatief hoog aantal vrijgekomen woningen (8 procent) een huishouden met statushouders als nieuwe bewoner. In Delft en Westland (4 procent) en Delfzijl en omgeving (2 procent) was dit het laagst. Voor de huishoudens met statushouders die minder dan een jaar een verblijfsstatus hadden of op 1 januari nog in een opvanglocatie van het COA verbleven, varieerde het aandeel tussen 1 procent (Delfzijl en omgeving) en 5 procent (Midden-Limburg).

Bijna 230 duizend mensen naar corporatiewoning

In 2021 werden de 169 duizend vrijgekomen corporatiewoningen betrokken door ruim 227 duizend mensen. Hiervan waren ruim 20 duizend (9 procent) statushouder. Dat het aandeel statushouders dat verhuisde naar een corporatiewoning op persoonsniveau hoger lag dan op het niveau van huishoudens (6 procent) komt doordat de huishoudens zonder statushouders gemiddeld uit minder mensen bestonden dan de huishoudens met statushouders.

Corporatiewoningen gedeeld met andere huishoudens

In 2021 werden ook 22 duizend corporatiewoningen betrokken door huishoudens die de woning deelden met andere huishoudens. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om woningen waarin meerdere huishoudens een keuken of sanitair delen, zoals bij studentenwoningen. Van de 38 duizend huishoudens die naar deze woningen verhuisden, waren er ruim duizend huishoudens (3 procent) met statushouders.

Woonbase: de plek waar alle cijfers over wonen samenkomen

De Woonbase is een database met veelzijdige informatie over wonen in Nederland, gemaakt in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Woonbase bekijkt de woningmarkt vanuit verschillende perspectieven en maakt onderzoek mogelijk naar de woningmarkt en woonsituaties van personen en huishoudens

 

Redactie Baaz
Door: Redactie Baaz
Redactie

Redactie Baaz

Redactie